Het afschieten van verwilderde katten is toegestaan in twee provincies in ons land. In Friesland en Utrecht zijn in de afgelopen drieënhalf jaar al duizend katten gedood. Groningen en Zeeland overwegen om verwilderde katten afschieten toe te staan.

Katten zonder baasje moeten roven om te kunnen overleven. Hierdoor zijn ze schadelijk voor de biodiversiteit, vinden provincies en jagers. Sinds 2017 is het verplicht dat jagers melden hoeveel katten ze afschieten. Het kan dus goed zijn dat er meer dan de geschatte duizend katten zijn gedood in de afgelopen drieënhalf jaar.

De definitie van een verwilderde kat die afgeschoten mag worden is dat de kat geen baasje heeft, zelf op jacht gaat naar voedsel, vaak schuw is richting mensen en soms agressief gedrag vertoont. Het is aan de jager om in te schatten of het om een verwilderde kat gaat. En ja, dat is in Friesland al eens misgegaan – daar zijn twee katten, die wél gewoon een eigenaar hadden, onterecht doodgeschoten.

In Utrecht zijn ze bang dat katten het ecologische evenwicht verstoren en in Friesland maakt men zich zorgen om de populatie weidevogels. Andere provincies hebben het afschieten van katten juist verboden sinds enkele jaren. Sommige provincies werken nu volgens TNR: Trap, Neuter and Return. De katten worden gevangen, geneutraliseerd en teruggeplaatst. Zo kunnen ze zich niet verder voortplanten.

De Partij voor de Dieren, PVV en SP gaan zich inzetten voor een landelijk verbod op het doden van verwilderde katten.

(Bron: NRC.)